Mijn INOG achtergrond

Iets over de relatie met mijn Indische vader

Ergens op de Grote Wereldzee overvoeren twee schepen elkaar.
Heel veel later, toen ik de ramp vernam, bleek het waar te zijn.
Ik was één van de overlevenden.
 
Hugo de Gruijter

Mijn vader Hugo de Gruijter heeft vanaf zijn 11de jaar in een aantal Japanse concentratiekampen gezeten in het voormalige Ned-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog Hierop volgde de bloedige burgeroorlog, genaamd de Bersiaptijd. Rond zijn 17de jaar scheepte hij zich noodgedwongen in als koksjongen op een groot schip naar Nederland. Zijn bij elkaar gevonden familie volgde later. Voor mij in mijn kinderjaren – en later ook als puber -  was het vaak erg beangstigend en belastend te wonen onder één dak met een innerlijk diep verwonde, zeer geladen vader. Hij leed aan een posttraumatische stress-stoornis.  

Gelukkig hebben we elkaar stukje bij beetje weten te vinden door de jaren heen. Het was mogelijk over zijn oorlogservaringen en zijn daaruit voortkomende vaak zeer geladen niet te plaatsen gedrag uit te wisselen en hoe ik daar onder geleden had ( jouw kamp is mijn kamp ).

Voor ons allebei bracht dit uitwisselingsproces genezing, wederzijds begrip en diepe genegenheid met zich mee. Dit gaf me de ruimte het oorlogsleed van mijn vader los te laten en mijn eigen leven op te pakken in vredestijd.  

INOGwerk

Mijn vader is een kampjongen
In mijn knieholten
voel ik de scherpe bambustok
Ik voel de vrede niet

Caroliene de Gruijter

Geïnspireerd door mijn eigen naoorlogse achtergrond heb ik mij verdiept in de psychosociale problematiek van de Indische Na-Oorlogse Generatie. Het betreft mensen, die na 1947 geboren zijn en van wie de ouder (s) in de Tweede Wereldoorlog de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiaptijd in het voormalige Ned. Indië hebben meegemaakt. Stichting COGIS verwijst door naar mijn hulpverleningspraktijk ‘Voluitleven’.  

Van 1983 – 1987 begeleidde ik INOG-praatgroepen met ondersteuning van de voormalige stichting ICODO (COGIS). In deze periode heb ik voorlichting gegeven, zowel aan verschillende hulpverleningsinstanties, waaronder de toenmalige GGZ (Lentis) in Groningen, als op bijeenkomsten van de Indische 1ste & 2de generatie en de naoorlogse generatie.  

In 1985 heb ik Indonesië bezocht voor ‘mijn 'sentimental journey’ en ben daar op de belangrijkste plaatsen geweest waar mijn vader ooit woonde, speelde, naar school ging en geïnterneerd is geweest. Ik heb deze reis - en wat het me bracht - als een groot geschenk ervaren!

In 1995 heb ik mijn bijdrage mogen leveren aan de KRO-documentaire ‘50 jaar later’.
In eigen praktijk ben ik verder gegaan met het INOGwerk.